silence.
Komend weekend is het zover. Ik trek me vanaf vrijdagavond terug op een afgelegen landgoed en zal er maandagochtend pas weer vertrekken. Een grachtengordel zal me heel die periode scheiden van de rest van de wereld. Enkel een stevige stenen brug verbindt mijn stille wereld met het normale leven. Hekwerk binnen de watergreppel en eens daar voorbij een bos waarin je uren kan verdwalen. Maar zover zal het niet komen. Want ik ben er al meer geweest en vind dus al blindelings mijn weg naar het statige kloostergebouw dat zich tussen het gebladerte verschuilt. Op zoek naar stilte zal ik er in een kamer 3 nachten lang wegdromen. Een basic kamertje met enkel het hoogstnoodzakelijke. Sfeervol licht en lekker warm. Zachte kleurtinten en een ondergrond waar je heerlijk met je blote voeten op kan rusten. Drie keer per dag eten zoals alleen een gezond mens het eet. En minstens een aantal uur nadenken, het hoofd leegmaken of diep mijmeren en ideeën uitwisselen met een aantal zielsverwanten. Ik kijk er al naar uit. Tijd voor mezelf maken en met anderen kalm samenleven. Niets moeten en zeker weten dat er niets méér is dan dit weekend. Niets meer dan hetgeen we woord voor woord uitwisselen of aflezen uit elkaars lichaamstaal. Om terug te blikken op een jaar. Om vooruit te gaan, dag per dag. En niet na te denken over wat komt. Om te proberen te begrijpen waarom zo veel zo ingewikkeld was terwijl evenveel zo makkelijk is.