Het is al een hele tijd stil geweest rond haar.
Op de duur ga je het immers normaal vinden.
Zoals zij liefdevol door haar haren streelt, je zachtjes mee op haar warme dekentje tegen zich aan drukt.
Zoals zij vol gevoel mijn korte haren beroert. Ontroert en een spinnend kattengevoel in me naarboven brengt.
Die avond trekt ze haar mooiste feestkleed aan. Even kijk ik in het rond, op zoek naar de koets die uitrijdt naar een koninklijk bal.
Maar die is nergens te bespeuren. Zij lijkt er zelf ook niet naar op zoek.
Haar ogen die me viseren. Ik, zoals ik er nu sta in kledij die er net wat nieuwer en mooier uitziet dan mijn standaard uitgaanstenue.
In de hoop dat ik zo niet alleen gelukkig bij haar ben en me goed voel, maar dat dat er zo ook uitziet.
Benieuwd naar hoe zij mij ziet. Ik, altijd verlangend naar aandacht. Ziek van de eigenwaan en vol onwetendheid over haar perceptie van mij.
Onrustig over wanneer ik dit perfecte moment kan verliezen. In een zeldzaam helder moment beseffend dat het daarom net een moment is.
Een fantastisch moment dat niet noodzakelijk een eindpunt heeft. Al meer dan 9 maanden niet. Enkel pauzes binnen dat moment dat het wat rustiger is, maar nooit helemaal windstil.
Het zonder haar zijn, doet pijn. Als ik denk aan hoe mooi het samen-zijn is en hoe dat even niet is.
Ze schrijdt over de dansvloer en de bewonderende blikken doen blozen.
Telkens als ik met haar arm in arm sta is er het besef en onbegrip over haar keuze voor mij. Gevoelens die vervagen door de spetters die gonzend heen-en-weer botsen tussen onze pupillen. Die heerlijk geurend het stukje vlees tussen neus en mond verwennen.
Op zo’n pauze binnen het moment, met de ogen dicht, komt die heerlijke geur verlangend vanuit de kleinste hersencelletjes terug naar beneden.
Tintelend beweegt het zich rondom rond in mijn lichaam tot het berustend mijn hart weer doet klepperen.
En zo staan we daar dicht tegen elkaar. Katachtig kopjes die naar likjes neigen.
De dunne stof omgeeft de lijnen van haar lichaam en waaiert af en toe lichtjes open.
Begerige, jaloerse blikken zie ik niet in de roes van het moment. Al weet ik dat ze er zijn en dus steekt af en toe dat angstvlammetje weer wat de kop op.
Maar nu nooit voor lang.
Zoals ik rustig naast haar kan zitten en zwijgend zotte woordjes kan uitkramen. Die zij lacherig of net serieus waarde geeft.
Of de keren dat het er net serieus aan toegaat en de snijdende gevoelens die in mijn diepste zelf blijven steken door haar naar buiten worden getrokken en gezogen. Heerlijk eerlijk onze woorden in een weegschaal gelegd worden en uiteindelijk evenwicht bereiken. Of overhellen naar één kant en ons bij dit besef tuimelend weer in de gezamenlijke gevoelswereld doen belanden.
Gelukkig dat ik me geliefd mag voelen. En dat ik een eenheidsgevoel, verlangen en vurige passie voel voor een medemeisje. Wederhelftje, puzzelstukje van één in de miljarden.