hemellichamen.
Volle maan. Na een weekend waarin men de lichten een avondje doofde. Om het bewustzijn rond lichtpollutie te vergroten. Maar hier hoeft men de lichten niet voor een keer uit te doen. Het is een verlaten eiland. Een gracht loopt rondom het bouwvallige huis. Enkel de ramen en deuren zijn al vernieuwd. Binnenin tolt het stof in het rond. De kamers van de gelijkvloers worden onder handen genomen. Op de eerste verdieping zijn de eerste appartementen afgewerkt. Een likje hier en daar kunnen ze nog wel gebruiken. Dat zie ik zodra ik de sleutel van pand 1A omdraai in het sleutelgat en de deur op een kier open. Eén grote ruimte is het daarbinnen. Af en toe wel een laag scheidingsmuurtje, maar die blijken mobiel te zijn waardoor ruimtes nooit statisch ingedeeld zijn. De keuken blinkt nog van nieuwigheid. Inbouwtoestellen waarin ik mezelf kan spiegelen. Haar glimlach verschijnt naast mijn fonkelende ogen in het ovenraampje. Heerlijk om te voelen hoe glad het werkblad is. Hoe ongeschonden de glimmende deur van de koelkast. Een handvat uit de betere Amerikaanse film. En haar handen die de mijne ontmoeten. Het mag hierbinnen dan al lichter zijn dan in de verlaten omgeving rondom het huis, het is nooit zo fel dat je ogen eronder lijden. En toch sluit ik even mijn ogen. Puur genot. Door de structuur van haar vingertoppen. Elke porie waar ze passeert, hapt even naar adem. Ik draai me naar haar toe en kijk terug mijn ogen uit. Mijn handen, opengespreid tegen die van haar. Gevoelszenuwen die elkaar prikkelen door de minste wrijving. Blikken die elkaar vangen. Tot de wangen zo dicht bij elkaar zijn dat helder zien nog moeilijk is. Op dat moment neemt de reukzin het over. Neus tegen neus en vingers die de contouren van het gezicht aftasten. Van de gloednieuwglimmende keuken, in elkaar verstrengeld, naar de woonkamer. Een hoek met dikke, zachte kussens op elkaar gestapeld. Heerlijk om languit in weg te dromen. Er tegenover een brede fauteuil met hoge rugleuning. Rustgevende stof en een vering waar je heerlijk op kan doorzakken. Languit met het gezicht naar het plafond. Een glazen schuifdak. Om met mooi zomerweer de verfrissende buitenlucht binnen te laten. Maar nu ook ideaal om te genieten van de volle maan. En om een ster te zoeken die hard genoeg twinkelt om bekeken te worden door ons allebei. Hier, nu of later: als afgesproken contactpunt wanneer we niet zo dicht bij elkaar vertoeven.