nieuwjaarsreceptie.
Heel de maand januari viert men tegenwoordig het nieuwe jaar. Het bedrijf feest, de afdeling feest, het team feest. En dus was het vanavond tijd voor het orgelpunt aan al deze feestvreugde. De gps begeleidt me via de grote snelwegen naar een lichtbaken langs de grote baan. Temidden de velden staat een veld vol serres. Van binnenuit verlicht schijnen ze hun volle pracht de hemel in. Heel de omgeving van gewassen gedompeld in een fel, gefilterd lichtschijnsel. Tussen twee blokken van serres is een poort en een oprijlaan. Signaalgevers sturen me naar een parkeerplaats, tussen een hele rij wagens van collega’s. Aan de ingang van een wat donkerdere serre ligt een rode loper die naar een vestiaire leidt. De jas afgegeven en wat verloren rondzoeken naar bekenden. Eerst een glaasje appelsap. In een hoog, smal glas waar zelfs de duurste champagne nog vrolijk van sprankelt. Teamleden in outfits die in casual style staan te grapjurken. Maar ik heb alleen oog voor haar zwarte lokken. Toeval dat ze nog net even mijn blik vasthield en dan lachend terug naar haar gesprekspartners lonkte? Met het glas in de hand de kring tegemoet. Even klinken op een vliegend begin en nog beter vervolg van het jaar. Wat bazelen over hobbies, de sfeer en -onvermijdelijk- het werk. Achteloos mijn ogen over haar laten glijden. Een losse witte blouse en daarboven een zwart blinkend truitje. Daaronder de klassieke jeans. Tien minuten schenkt ze me geen aandacht. Haar lach lijkt me wat gemaakt toe te waaien vanuit de groep rond haar. En dan trekt ze naar de dranktoog. Twee cocktails, een pintje en een bruiswater. Om dan terug in haar ronde te gaan staan. Maar dit keer pal over me. Ze doet zelfs geen moeite om naast me te kijken of om de man met de pint een blik te gunnen. Telkens ze mijn ogen weet te vangen, likt ze haar lippen nat of wrijft met haar wijsvinger over de rand van haar glas nadat ze ervan genipt heeft. Het aantal aanwezigen dunt uit. Tot rond ons de lichten van de serres dimmen. Tijd om de boel af te sluiten. Wanneer ik mijn jas aantrek, passeer ik haar en loop verschrikt mijn wagen tegemoet. Misschien dat het werk morgen raad brengt…