knabbel en babbel.
Dit jaar geen Rolls-Royce underwear onder de O Denneboom. Je weet wel, van die cadeau’tjes die leuk zijn om krijgen en waar op menig feestje ook al eens mee gelachen kán worden. De traditionele dvd is al grijsgedraaid tijdens mijn eerste vrije dagen om dan weer snel met een kerstpapiertje te zijn omwikkeld. De cd’s zijn verruild voor digitale deuntjes op een REDdend mp3-spelertje met appelnasmaak. Om dan te eindigen met het enige pakje dat er nog ligt. Onaangeroerd. Ritselend. Wat doet vermoeden dat het wel iets kleiner zal zijn dan de verpakking ons wijs moet maken. En zo vlieg je opeens vol goede voornemens in een gloednieuwe hobby. Het ene stukje na het andere vindt zijn plaats in een grappige puzzelplaat van 1000 stukjes. Mijn hoofd zou er vroeger van getold hebben. Zoveel verschillende kantjes die maar op één manier passen. Maar nu lijkt het plotseling in het verlengde te liggen van mijn alledaagse leven. Stilaan lijkt alles in zijn plooi te vallen. Met mijn mokkameisje dat me meetroont van het ene avontuur naar het andere. Allemaal wereldse dingen waarvan ik tot kort het bestaan zelfs niet kon vermoeden. En na duizend-en-één-min-duizend-nacht heb ik een nieuw thuis gevonden bij het meest coole meisje dat ik tot nu toe ontmoet heb. Vergeef mij de opvallende overdrijving. Natuurlijk was er ooit al het meisje met de sneeuwwitte fuck me botjes dat van mijn hersenbanen een heuse kermisattractie wist te maken. Met haar verhalen en dromerijen bracht ze na mijn hoofd ook mijn hart op hol, tot het loeihard tegen de binnenkant van mijn borstkas tot stilstand kwam. Nu klopt het weer wat kalmer en pompt ook weer bloed tot onder mijn hersenpan. Net op tijd om te beseffen dat het meisje dat ik nog maar drie dagen ken wel eens mijn volgende stille getuige zou kunnen zijn. En dat ik de hare wil zijn. Haar medische achtergrond doet me nog wat vrezen voor een heel precieze dissectie van mijn gevoelige, holle liefdesspier op het eind. En toch doen de ervaringen van tijdens die enkele momenten van samenzijn me hopen. Vanuit de kussens de tuin instaren. Naar de kerstsparren. En de notelaar van waaruit twee eekhoorns de begane grond gadeslaan. Na een knabbel en wat heen-en-weer een andere boom inzwieren om uiteindelijk tussen een bedouwd struikgewas te verdwijnen. Alsof ook dat moment weer een puzzelstukje was. Het juiste moment, de juiste plaats en hup: up to the next. Het volgende, verrassende. Want hoewel ze op het eerste zicht al lang de rust en continuïteit gevonden heeft in haar eigen leventje, heeft ze me tot nu toe al meermaals vol verbazing, verdwazing en verstomming haar zien aanstaren. Wat ze dan weer net leuk lijkt te vinden. Vooral om dan over mijn kin te kunnen wrijven. Mijn mond sluitend en dan het betere neuze neuze van de eskimo’s nog wat te perfectioneren. En ik ben er van overtuigd dat we de Inuiten, met hun poezelige neusje, de volgende dagen nog een serieus poepje zullen laten ruiken op dit vlak.