De lift.

Gepost door meneertje Confituur op 02/11/2007 | real life

Overal donker die avond. Enkel acht hoog gloeit een gelig licht op. Met een verzeerd hartje sleep ik mezelf tot aan de liftkoker. Mijn vinger kan het laatste restje kracht zelfs niet overbrengen op de liftknop. En dus blijven de deuren gesloten. Daar sta ik dan. Wegwaaiend telkens wanneer nieuw gezelschap zich in de duistere hal begeeft. Doorzichtig, dat moet ik zijn. Zeker drie keer al gingen de liftdeuren open voor een groepje fuifbeesten en telkens wanneer ik ongezien mee binnen wilde glippen, kwam ik met mijn neus hard tegen het metaal terecht. Ontmoedigd laat ik mijn schouders dieper zakken dan ik voor mogelijk hield. Ik draai me met mijn rug naar de lift en zet schuifelend de tocht naar buiten in. De voordeur die daarstraks nog uitnodigend had opengestaan, was dichtgevallen. Even durfde ik te denken dat ik daarlangs niet meer buiten zou raken. Tot de deur zich opent. Een meisje komt binnengewandeld. Te veel sproetjes voor haar leeftijd, genoeg vastberadenheid in haar tred. Even de verwondering in haar hemelsblauwe ogen. Blauw zoals dat wel eens in liedjes bezongen wordt. Blauw zoals in het kleurpalet van de Griekse wateren en luchten. Verwondering, een reactie in haar ogen dus. En even de kuiltjes in haar wangen die zich verdiepen in onze nabijheid. Ze houdt de voordeur uitnodigend open. Enkel twijfel in mijn ogen. Of ik buiten wil of toch maar de lift neem. Dat het me eigenlijk niet uitmaakt. De twijfel zakt weg en ik volg haar. Mee de lift in.