Het meisje uit de lift. Leuke babbel, plezierig avondje relaxen met een mooi uitzicht en emotionele muizenissen. En toch is er steeds weer dat knagende gevoel. Dezer dagen zou je het op de herfstlucht kunnen steken. Maar het zou louter een uitvlucht zijn. Want ik weet dat ik het evengoed in de zomer, lente en winter voel. De angst om hoop te koesteren voor meer. Elkanders liefde zou mooi zijn. Alleen is het nog zo’n taboe dat het heel dikwijls uitmondt in teleurstelling. Vroeger werd er willens nillens getrouwd en het leven samen werd door anderen uitgestippeld. Leuk lijkt me anders. Al bood het wel één zekerheid. Uiteengaan was een schande en geliefden vonden elkaar in beperkte gemeenschap. De meesten werkten, leefden en hielden van elkaar in één en dezelfde omgeving. Wanneer het moeilijk werd, werd er dus gewoon een tandje bijgestoken om de gevoelens te redden. Vandaag de dag genieten velen van wereldwijde netwerkjes rond interessegebied, geografie of passie. Erg verrijkende ervaringen brengt dit met zich mee. Maar het samenzijn wordt gedreven vanuit een bepaald doel. Niet minder, maar ook niet meer. Relaties moeten renderen op korte termijn. Op de maat van de wijzer van de klok wordt samenzijn gedicteerd. Gevoelens zijn deel geworden van de vrije markt. Vraag en aanbod, fluctuaties en klanten die niet meer vasthouden aan hun lovemark. De wanhoop zou me haast drijven tot het stellen van een nieuw doel: een beste maatje vinden. En toch is er die tweedracht: dat doe je toch niet? Zoiets komt toch vanzelf? Al zijn er ook die zeggen dat het een werkwoord zou zijn. Ik denk dat ik vanaf vandaag steeds één makkelijke vraag ga stellen: wil jij proberen? In de hoop ooit iemand tegen te komen die zegt ‘ja’. Niet overenthousiast. Niet als een contract dat gesloten wordt. Maar gewoon voor de duidelijkheid. Om te weten dat het de moeite is om mijn hartje weer wat open te zetten. Voor je het weet is de warmte er immers uit vervlogen en blijf je met een koud, kloppend klompje achter. Wil jij proberen?