afwezig.
Daar zit ik weer. Over je, naast je. Alle kanten uitkijkend. Over je, naast je. Pure angst voor blikken en blozen. Schrik om dromen te zien ontwaken. Af en toe een nietszeggend woord. De sprekende woorden lijken niet in voor een gesprek. Ze flitsen door mijn hoofd en maken helder denken onmogelijk. Anderen hadden het al voorspeld. Precies iemand voor jou. En zo ben ik dan. Precies bestaat niet. En dat ik zelf wel beter weet of iemand ‘voor mij’ is. En dus winnen de hersencellen het al weken van de intuïtie. Vluchten in gepieker wanneer je naast me zit. Verlangen wanneer je enkel in mijn hoofd zit. Vanop een afstand wentelen in lichaamswarmte. Iedereen aanrakend en aanvurend tot passie. Maar mij niet. Alsof het nog nodig zou zijn. Geduld. Om wat misschien… of niet. Angst. Om wat achteraf misschien… of niet. Genietend van wat nu… in mijn dromen.