Helden genoeg op het grote, witte doek. Maar we hebben meer aan die uit het echte leven. Er zijn er met grote, hogere doelen. Ze vechten tegen racisme, voor de natuur, voor gelijkheid, tegen armoede. Dit alles liefst ook nog eens zonder geweld te gebruiken. Bovendien nemen heel wat onder hen er genoegen mee dat ze er nooit iets voor terug zullen krijgen. En dus proberen we regelmatig om hier een échte held (m/v) in de bloemetjes te zetten. Dit keer gaat de eer en het genoegen naar Saskia de Coster. Schrijfster, maar verhalenvertelster of godin zouden haar als titel ook passen. Wanneer Tom Lanoye een schrijfster ophemelt, weten we dat het goedzit. En als Herman Brusselmans in haar een nieuwe muze ziet voor zijn gekanker in HUMO dan moeten we niet meer twijfelen. Dit ijskonijn met fuck me botjes wordt ongetwijfeld groot, als ze het nog niet zou zijn. Niet dat ik haar boeken al gelezen heb. Maar uit alles wat ze doet, blijkt dat ze als een echte godin haar eigen wereld schept. In schriftelijke interviews is het heerlijk ronddwalen. Onbegrijpelijk en net daardoor interessant. Bij televisie-optredens valt ze dan weer op door haar glimmendzwarte kleding. Haar botjes betekenden haar grote doorbraak en ze ziet er geen graten in om met een zweepje op canvas te verschijnen. De LUXe van haar imago is dat ze zich alles kan veroorloven. Van het lieve Nijntje, tot de meest gruwelijke Oosterse films. Wreed zijn en liefjes zalven. Een madam die verdergaat dan het schrijven op papier. Waar ze verschijnt, lijkt haar wereld zich automatisch te ontplooien. Als een vlucht vooruit, maar het publiek en haar omstaanders erin betrekkend. En dat na amper een paar maanden in de algemene belangstelling. Dat we van deze held nog veel gaan horen. Tot ze zichzelf eruit schrijft.
Saskia de Coster in LUX over Yoshimoto Nara